Het harmonium in onze collectie draagt de naam Caecilia — en daarmee de naam van de beschermheilige der musici, een van de populairste heiligen uit de vroege christelijke kerk. Haar naam siert niet alleen dit instrument, maar ook talloze koren, fanfares, orkesten en muziekverenigingen over de gehele wereld. Toch is haar verbintenis met de muziek eigenlijk op een vergissing gebaseerd.
Caecilia leefde vermoedelijk in Rome in de derde eeuw na Christus, omstreeks het jaar 230. Zij stamde uit de patricische familie der Caecilii en werd, tegen haar wil, uitgehuwelijkt aan de jonge heiden Valerianus. Zij had een gelofte van maagdelijkheid afgelegd en wist haar echtgenoot op de huwelijksnacht te overtuigen haar maagdelijkheid te respecteren. Valerianus bekeerde zich tot het christelijk geloof, evenals zijn broer Tibertius. Beiden werden later onthoofd. Caecilia volgde hen spoedig: men trachtte haar te verstikken in de stoom van een heet badhuis, doch zij overleefde dit. Uiteindelijk stierf zij alsnog, aan de gevolgen van een drietal zwaardslagen op de hals.
In 1599 werd haar graf geopend op gezag van kardinaal Cesare Baronio. Tot ieders verbazing lag het lichaam van de jonge vrouw ongeschonden op haar rechterzij, een diepe wond zichtbaar in de hals. De Barokbeeldhouwer Stefano Maderno legde dit aangrijpende tafereel vast in marmer — een beeld dat nog steeds onder het hoofdaltaar van de basiliek Santa Cecilia in Trastevere te Rome bewaard wordt.
Hoe Caecilia de patrones der muzikanten werd, is een van de fraaiste vergissingen uit de cultuurgeschiedenis. Het berust op een verkeerde lezing van de antifoon der vespers van haar feestdag, die aldus luidt:
Het Latijnse woord organis — afgeleid van het Griekse organon, werktuig — betekent hier eenvoudigweg "muziekinstrumenten" in het algemeen: de feestmuziek op haar bruiloft. Maar reeds in de vijftiende eeuw werd de zin anders gelezen: men verstond cantantibus organis als "terwijl zij het orgel bespeelde", waardoor Caecilia werd voorgesteld als orgelspelende heilige. Zo werd zij, per ongeluk, de patrones van muzikanten, organisten, orgelbouwers, zangers en componisten. Meer dan duizend jaar was zij heilig geweest zonder enig verband met de muziek — pas daarna verkreeg zij haar beroemde orgeltje.
Sindsdien is de heilige Caecilia in de beeldende kunst talloze malen afgebeeld met een portatieforgel, een harp, een viool of een ander instrument. Haar feestdag, 22 november, wordt tot op de dag van vandaag gevierd door harmonieorkesten, fanfares en koren — met name in het katholieke zuiden van Nederland en België, waar het Sint-Ceciliafeest een geliefde jaarlijkse traditie is. Een oud weerspreekwoord luidt: "De dag aan Caecilia gewijd, tekent ons de wintertijd."
Dat fabrikanten van muziekinstrumenten hun producten naar haar vernoemden, is dan ook geen toeval. De naam Caecilia op een orgel of harmonium was een kwaliteitsaanduiding én een eerbetoon tegelijk — een stille verwijzing naar de beschermheilige wier naam de muziek zelf leek te belichamen.
| Instrument in collectie | Caecilia Orgel · Emile Müller, Duitsland |
| Bouwjaar | ca. 1920 |
| Naamgeefster | Heilige Caecilia van Rome (ca. 230 n. Chr.) |
| Feestdag | 22 November |
| Patronaatschap | Muzikanten, organisten, zangers, orgelbouwers, componisten |
| Basiliek | Santa Cecilia in Trastevere, Rome |